Beleidsplan

Broekster-Wâlden Technisch Beleid 2016 – 2020

Definitieve versie 2.2 Mei 2017

****Het beleidsplan is hier ook te downloaden ****

Inhoudsopgave

    • 1. Inleiding
    • 2. Missie en Visie Jeugdopleiding Broekster Wâlden
    • 2.1. Missie
    • 2.2. Visie
    • 3. Doelstellingen
    • 3.1 Algemene doelstellingen.
    • 3.2 Specifieke doelstelling.
    • 4. Thema’s
    • 5. Thema 1: Spelers
    • 5.1 Speelwijze
    • 5.1.1 Speelwijze O19, O17, O15 en O13
    • Speelwijze O9 en O11
    • 5.1.2. Spelers met overige teams meespelen
    • 5.2 Trainingsmethodiek
    • 5.2.1 Onze visie op tactiek: KNVB/Zeister visie
    • 5.2.2 Onze visie op techniek: de Coerver-methode
    • 5.2.3 De overeenkomst in de tactische en technische visie: partijspel 4:4 .
    • 5.2.5 Junioren: doorontwikkelen van technische en tactische vaardigheden
    • 5.2.6 Criteria voor een goede training
    • 5.3 Keepers
    • 5.3.1 Visie en methode
    • 5.3.2 Trainingsmethodiek
    • 5.4 Systeem andere team meespelen
    • 6. Thema 2: Trainers .
    • 6.1 Eisen aan trainers
    • 6.2 Eisen/taken van de jeugdtrainers
    • 6.3 VTON .
    • 6.4 Medische verzorging .
    • 6.5 Kennis van meisjesvoetbal
    • 6.6 Keeperstrainer
    • 6.5.1 Rol van de keeperstrainer
    • 6.5.2 Samenwerking Selectietrainer-keeperstrainer
    • 7. Thema 3: Selectie en Scouting
    • 7.1 Inleiding
    • 7.2 Doelstellingen
    • 7.2.1 Concrete doelstellingen:
    • 7.2.2 Geen selectiespeler, of wel?
    • 7.2.3 Geen selectiewedstrijden
    • 7.3 Selectiecriteria
    • 7.3.1 Wie maken de selecties?
    • 7.3.2 Waarop selecteren we?
    • 7.3.3 Technische, tactische en fysieke vaardigheden
    • 7.3.4 Leeftijd
    • 7.3.5 Gedrag
    • 7.3.6 Fysieke vaardigheden
    • 7.3.7 Teams bij elkaar houden
    • 7.3.8 Digitaal Spelervolgsysteem Talento
    • 7.4 Scouting
    • 7.5.1 Evaluatiemoment voor de winterstop
    • 7.5.2 Meetrainen met hoger team/leeftijdsgroep
    • 7.5.3 Spelers van buitenaf
    • 7.6 Wisselbeleid
    • 8. Thema 5: Organisatie, Faciliteiten en Communicatie
    • 8.1 Organigram Technische kader Broekster-Wâlden
    • 8.2 Organisatie en de taken van TH
    • 8.2.1 takenl Hoofd Jeugdopleiding
    • 8.2.1 taken assistent Hoofd Jeugdopleiding
    • 8.2.1 taken Algemeen lid
    • 8.2.1 taken Coördinator
    • 8.2.2 Overlegstructuur Technische staf
    • 8.3 Faciliteiten
    • 8.3.1 Wedstrijd en Trainingsvelden
    • 8.3.2 Verlichting wedstrijd en trainingsvelden .
    • 8.3.3 Uitwijkmogelijkheden bij slecht weer
    • 8.3.4 Doelen met Netten
    • 8.3.5 Faciliteiten, wedstrijd en trainingsanalyse
    • 8.3.6 Ballen
    • 8.3.7 Trainingshulpmiddelen
    • 8.4 Communicatie
    • 8.4.1 Jeugdafdeling
    • 8.4.2 Communicatie Selectieprocedure
    • 8.5 Huisregels
    • 9. Bijlage
    • 9.1 bijlage 1: Checklist training – Waar moet een goede training aan voldoen?
    • 9.2 bijlage 2: jeugdvoetballeerproces en kenmerken per leeftijdscategorie
    • 9.3 bijlage 3: Coachen technische en inzichtelijke handelingen .
    • 9.4 bijlage 4: Trainingspercentage

1. Inleiding

De jeugdopleiding van Broekster-Wâlden is goed, maar het kan nog veel beter. In de komende jaren willen we het niveau waarop er getraind en gespeeld wordt naar een hoger plan tillen. Dit betekent dat we zowel trainers als spelers beter willen maken.

Voor u ligt het plan om de structuur van de jeugdopleiding van Broekster-Wâlden te verbeteren, voor nu en de toekomst. Deze structuur is ‘de rode draad door de jeugdopleiding’. Het opleiden begint bij het onderkennen van kwaliteiten en vervolgens het ontwikkelen daarvan. Hierin wordt onderscheidgemaakt in de verschillende jeugdcategorieën (JO9 t/m JO19). De bedoeling is nadat u dit stuk heeft gelezen dat het duidelijk is geworden wat in welke jeugdcategorie aangeleerd moet worden. De spelers zullen op deze manier gestructureerd worden opgeleid en zo wordt het eenvoudiger om de voetbalbedoelingen van Broekster-Wâlden duidelijker aan te leren. Hierdoor wordt het makkelijker en duidelijker voor de jeugdspeler zelf. Tevens dient het als hulpmiddel voor wat Broekster-Wâlden verwacht van de jeugdtrainers.

2. Missie en Visie Jeugdopleiding Broekster-Wâlden

2.1. Missie

Broekster-Wâlden omarmt zowel het recreatieve als het prestatieve voetbal volgens een POP model (Plezier Ontwikkelen en Prestatie).Waardoor het aantal jeugdleden zal blijven groeien, het speltechnische peil toeneemt en het beoogde niveau van de vereniging gewaarborgd is. Met het beoogde niveau wordt bedoeld dat we in de regio een voorbeeld zijn op technisch en organisatorisch vlak. Het niveau waar de teams op spelen zullen hierin bijdragen. Op basis van de prestaties in de afgelopen jaren is er door bestuur en beleidstechnisch kader besloten dat de P van prestatie weer prominenter genoemd mag worden.

2.2. Visie

Plezier, ontwikkeling en prestatie zijn de drie pijlers van de jeugdopleiding. Voetballen doe je voor je plezier, maar het wordt natuurlijk nog leuker wanneer je merkt dat je beter wordt en dat dit ook leidt tot een prestatie: winnen. De ontwikkeling van het individu zal vanzelf leiden tot een beter teamresultaat. De succesbeleving van beter worden en winnen, zorgen voor optimaal voetbalplezier. Het is een streven dat jeugdspelers worden opgeleid tot voetballers met uitstekende technische en tactische vaardigheden. Deze vaardigheden moeten dusdanig worden ontwikkeld, dat zij onder grote weerstand steeds voor voetballende oplossingen kunnen kiezen. Jeugdspelers die bij Broekster-Wâlden worden opgeleid onderscheiden zich door hun balvaardigheid. Door de hoge mate van balvaardigheid zijn jeugdspelers ook in staat om ook technische vaardigheden te ontwikkelen. Trainers geven in de bovenbouw hun eigen invulling aan trainingen, maar houden hierbij rekening met de visie en doelstellingen van de jeugdopleiding van Broekster-Wâlden. Trainers in de onderbouw geven training op basis van het VTON concept. Dit zorgt voor een grote mate van continuïteit binnen de opleiding. Langzamerhand zal VTON ook door vertaald worden richting junioren. Omdat trainers dezelfde (voetbal)lijn aanhouden, is het voor spelers gemakkelijker om zich te ontwikkelen. Per speler zal de optimale ontwikkeling verschillen. Het rekening houden met deze verschillen is een belangrijk uitgangspunt in de opleiding van jeugdspelers.

3. Doelstellingen

3.1 Algemene doelstellingen.

De jeugdspeler (j/m) beleeft plezier aan de voetbalsport en ontwikkelt zich tot een goede speler/speelster. De selectie-elftallen en niet-selectie-elftallen bereiken een zo hoog mogelijk niveau, centraal bij de jeugd staat het opleiden volgens de POP – methode. Broekster-Wâlden zorgt voor goede doorstroom van spelers en speelsters naar het 1e elftal van Broekster Boys en De Walden. Het streven is om 80% van de spelers/speelsters van de 1e heren/dames seniorenselectie afkomstig zijn van de eigen jeugdopleiding.

3.2 Specifieke doelstelling.

Bovengenoemde algemene doelstellingen maken dat de jeugdopleiding van Broekster-Wâlden continue een bepaalde kwaliteit aflevert. Daarom zijn voor de jeugdopleiding de volgende specifieke doelstellingen bepaald.

      1. Allereerst zal het niveau van de selectietrainers en niet selectietrainers continue moeten worden ontwikkeld. We streven naar gekwalificeerde trainers (minimaal TC III) op de selectieteams (J/M). De kwaliteit van de jeugdopleiding wordt voornamelijk bepaald door de kwaliteit van de trainers. We streven ernaar om trainers van 1e selectie elf en zeventallen binnen 2 jaar in het bezit zijn van TC 3. Hieraan gekoppeld zitten natuurlijke bepaalde competenties of te wel een diploma hoeft niet altijd afdoende te zijn. Competenties zijn onder andere : coachende leiderschap, technisch en tactische kwaliteiten.
      2. Daarnaast zal het competitieniveau waarop de jeugd (jongens) selectieteams actief zijn, omhoog moeten. Het streven is om de eerste selectieteams (JO19-1,JO17-1, JO15-1 en JO13-1) moeten op termijn weer op hoofdklasse niveau actief worden. De tweede selecties dienen in de eerste klasse of hoger te spelen. De stap van de JO19-1 naar het eerste elftal moet zo klein mogelijk zijn. Dat bereik je door hoge weerstanden op de training en in wedstrijden. Aanvulling hierop zal zijn het organiseren van jong-senioren wedstrijden die onder de vlag van Broekster-Wâlden zullen spelen.
      3. Ook zal de intensiteit van de opleiding omhoog moeten. Dat betekent dat er meer momenten moeten komen, waarop jeugdspelers (J/M) zich kunnen ontwikkelen. Door een derde training voor selectieteams te organiseren en door extra (doordeweekse) wedstrijden te spelen. Voorbeeld hiervan is JO13/JO11 combinatie.
      4. Er moet meer aandacht komen voor de interne scouting/speler volgsysteem. Er moet een scoutingsplan/speler volgsysteem liggen waarin beschreven is hoe de interne scouting gerealiseerd dient te worden. Als vervolg daarop wordt de interne scouting gerealiseerd volgens een vaste procedure. Dit dient in het seizoen 2017-2018 gerealiseerd te zijn.
      5. We moeten gaan zorgen voor continuïteit van het vrouwen en meisjes voetbal binnen de vereniging op lange en korte termijn d.m.v. het opleiden en / of aantrekken van gekwalificeerde trainers. Hierdoor wordt het reëler om een hoog niveau na te streven.
      6. Doelstelling voor alle teams in dat seizoen zal klasse behoud worden! Voor de MO13-1/MO15-1/MO17-1/MO19-1 geldt dat we binnen de komende 3 seizoenen op 1e klasse niveau willen spelen! Tevens willen we het meidenvoetbal bij de MO11 te gaan uitbreiden. Vanzelfsprekend is het vrij om bij de een jongens team te spelen.
      7. In de toekomst willen we bij de MO-elftallen meerdere elftallen formeren waarin meiden spelen die al 3 a 4 jaar voetballen. Alleen op deze manier kunnen we als vereniging groeien op het gebied van meiden voetbal!
      8. De samenwerking met Cambuur dient te worden geïntensiveerd en uitgebreid. Enkele voorbeelden hiervan zijn dat jeugd selectie elftallen tegen elkaar oefenen en overige team een clinic krijgen. Hierdoor zetten we Broekster-Wâlden meer op de kaart in de regio.
      9. De intentie is er om te werken middels een spelers-volgsysteem, dit systeem zal lopende 2016/2017 worden bekeken en eventueel worden aangeschaft en vanaf het seizoen 2017-2018 dient hier standaard door alle trainers mee gewerkt te worden.

4. Thema’s

De invulling van het technisch leerplan gebeurd bij Broekster-Wâlden aan de hand van verschillende thema’s te weten:

      1. Spelers
      2. Trainers
      3. Selectie en scouting
      4. Structuur en Communicatie

Binnen Broekster-Wâlden wordt opgeleid a.d.h.v. het POP model (Plezier, Ontwikkeling en Prestatie). Plezier en Ontwikkeling hangen in de optiek van de opstellers van dit technisch leerplan met elkaar samen. Immers wanneer een kind iets aangeboden krijgt wat in zijn/haar naaste zone van ontwikkeling ligt dan is het een uitdaging om dit onder de knie te krijgen. Het ligt in zijn/haar ontwikkelingsvermogen en dan geeft het een kind plezier om dit onder de knie te krijgen. Wordt een kind te weinig gestimuleerd of juist overvraagd doelen te halen die niet haalbaar zijn dan gaat het plezier er af en zal een kind zich niet ontwikkelen. Een ieder zal dus spelen op zijn of haar eigen niveau. Wanneer ieder individueel kind een aanbod krijgt dat maakt dat hij/zij zich ontwikkelt dan zal ook de individuele prestatie en (als optelsom der delen) ook de teamprestatie beter worden. Plezier en Ontwikkeling vormen dus het fundament voor de jeugdopleiding van Broekster-Wâlden.

5. Thema 1: Spelers

      • 5.1 Speelwijze
      • 5.2 Trainingsmethodiek
      • 5.3 Keepers

5.1 Speelwijze JO19,JO17,JO15 en JO13 pupillen

Belangrijk is dat jeugdspelers vanuit een eenduidige visie worden opgeleid. In het kort komt dit er op neer dat er vanuit een positieve voetbalopvatting wordt gespeeld en getraind. Deze positieve voetbalopvatting betekent dat in balbezit wordt geprobeerd door middel van een zorgvuldige opbouw tot kansen en doelpunten te komen. Het betekent ook dat je voetbalt vanuit een bepaald idee, en dat je opdrachten en afspraken aan de spelers meegeeft. Binnen deze afspraken is uiteraard ruimte voor creativiteit van spelers. Wanneer spelers veel in balbezit zijn, zullen ze betere voetballers worden dan wanneer spelers niet vaak de bal hebben.

De basisformatie voor deze manier van spelen is het 1-4-3-3 systeem met de punt naar voren of naar achteren. Dit geldt overigens niet voor de JO13 gezien hiervan de voorkeur heeft op een vlak middenveld aangezien het spelen op groot veld eerst moeten beheersen. Het is een veldbezetting waarin de voetbalvisie zoals hierboven beschreven goed tot zijn recht komt, voor jonge spelers gemakkelijk te herkennen. In balbezit wordt er naar gestreefd om een verdediger door te schuiven naar het middenveld om een overtal situatie te creëren. Hierdoor ontstaat een 1-3-4-3 systeem. We hebben bij Broekster-Wâlden de voorkeur om met de punt naar voren te spelen en dus niet met een vlak middenveld te spelen (op JO13 na)

Kenmerken van de voetbalvisie Broekster-Wâlden zijn:

      • aanvallend voetbal
      • creatief
      • met buitenspelers/speelsters 1-4-3-3
      • vanaf de junioren spelers ook 1-4-4-2 leren
      • keeper is 1 van de 11, onderdeel van het team en de laatste man
      • hoog technisch vermogen
      • groot tactisch vermogen
      • domineren van de 1 tegen 1 situatie

5.1.1 Speelwijze JO9 en JO11 pupillen

De basisformatie is middels 4 linies 1:2:3:1. Bij balverlies schakelt de centrale middenvelder en spits om en zakt in waardoor 1:3:3:0 ontstaat. Bij balbezit stapt de centrale man en spits omhoog.

5.1.2. Meespelen met ander team

Het meespelen met een hoger of lager team is altijd in overleg tussen de trainers. Zij stellen individueel hun directe coördinator hiervan op de hoogte. Het mag niet zo zijn dat iemand van bijvoorbeeld JO17-2 met JO17-3 moet mee doen en iemand van JO15-1 met JO17-2. Ook hierin staat ontwikkeling voorop. De coördinator wordt altijd ingeschakeld. Deze mag de keuze wijzigen en terugdraaien. Uiteindelijk is technische hart verantwoordelijk. In bijlage 5 is een advies overzicht

5.2 Trainingsmethodiek

Jeugdvoetballers maken in hun ontwikkeling een proces door: het jeugdvoetballeerproces. Het begint bij het leren beheersen van de bal en langzamerhand leren de jeugdvoetballers naarmate ze ouder worden steeds beter in teamverband te spelen en te presteren.

In dit hele proces zijn er dus aan de leeftijd gerelateerde ontwikkeldoelen: op een bepaalde leeftijd heeft een jeugdvoetballer bepaalde leeftijdskenmerken en het is belangrijk om de doelstellingen daar op aan te passen. Binnen de jeugdopleiding gaat Broekster-Wâlden uit van dit beginsel van leeftijdskenmerken en leeftijdsdoelstellingen. In bijlage 2 kunt u lezen wat die leeftijdsspecifieke kenmerken en doelstellingen zijn.

De manier van spelen en de positieve voetbalopvatting moet op trainingen duidelijk terug te zien zijn in de trainingsmethoden- en vormen. Bij de Pupillen ligt bij Broekster-Wâlden de nadruk op het ontwikkelen van technische vaardigheden. Deze vaardigheden zijn nodig om in de Junioren de tactische vaardigheden te kunnen ontwikkelen.

In de Pupillen leren de spelers om eerst zonder weerstand baas te worden over de bal, zowel met rechts als met links. Ze leren dribbelen, stoppen, passen, schieten, kappen en draaien. Wanneer ze deze vaardigheden spelenderwijs onder de knie hebben gekregen, zullen ze dit onder grotere weerstand moeten trainen.

In de Junioren moeten spelers technisch geschoold zijn, zodat ze in staat zijn om tactische opdrachten in het veld uit te voeren. Op trainingen zullen voetbalvormen, waarin het uitspelen van een overtal situatie en het verdedigen van een onder tal situatie als basisvaardigheden worden aangeleerd, centraal staan.

We hoeven de visie op trainen gelukkig niet zelf uit te vinden en er zijn twee beroemde visies op het trainen, die ook prima te combineren zijn, waar wij voor kiezen. Dit zijn de visie van de KNVB en de Coerver-methode die verwerkt is in een app genaamd VTON

5.2.1 Onze visie op tactiek: KNVB/Zeister visie

Ten eerste de visie van de KNVB, die uitgaat van het idee dat je leert voetballen in (versimpelde) wedstrijdechte vormen, zoals 1:1, 2:2, 4:4, 8:8 en 11:11. De KNVB-methode (Zeister Visie) zegt eigenlijk dat de technische ontwikkeling vanzelf gaat wanneer spelers veel partijvormen spelen. Oefenvormen zonder weerstand, zoals kappen/draaien of passen/trappen zonder tegenstander zijn minder geschikt, zeker op latere leeftijd, omdat dat niet wedstrijdecht is. De KNVB probeert in oefenvormen zoveel mogelijk de wedstrijdsituatie na te bootsen. Dat betekent dus wedstrijdechte regels en weerstand.

5.2.2 Onze visie op techniek: de Coerver-methode

De tweede trainingsmethode is bedacht door Wiel Coerver, welke is gericht op technische ontwikkeling. Spelers leren kappen, draaien, aannemen, passen, schieten en passeren. Spelers beginnen met oefenvormen zonder weerstand: kappen, draaien, passeren zonder tegenstander. Daarna wordt de weerstand langzaam opgevoerd tot maximaal (tegenstander probeert de bal af te pakken op 100%). Vormen die Coerver voorstaat zijn 1-1, 2-2, 3-3, 4-4 maar ook 2-1, 3-2. Vaak kleine partijvormen waar spelers veel balcontacten hebben, veel moeten kappen/draaien en passeren en veel kunnen schieten en scoren.

5.2.3 De overeenkomst in de tactische en technische visie: partijspel 4:4

De belangrijkste overeenkomst tussen Coerver en KNVB is dat ze beiden groot voorstander zijn van de partijvorm 4-4 (eventueel met keepers = 5-5). Spelers komen in deze partijvorm veel in balbezit, moeten veel kappen/draaien, passeren, schieten en scoren (Coerver) maar tevens is er een wedstrijdechte veldbezetting (in een ruit is er diepte en breedte) waardoor een wedstrijdechte situatie wordt benaderd (wel versimpeld natuurlijk). Belangrijk onderdeel als omschakelen komt hier ook ruimschoots aanbod.

5.2.4 Pupillen: Technische Vaardigheid

Vooral bij Pupillen is 4-4 de basisvorm. Er wordt gespeeld in een ruit, waardoor zowel diepte als breedte in het spel wordt gegarandeerd. Het is een geschikte vorm om de training mee te beginnen, als warming-up, maar ook om de training mee te eindigen, als eindpartij. Een vereenvoudiging naar 1-1 (meer balcontacten, maar geen medespelers), 2-2 of 3-3 (meer balcontacten, maar geen optimale veldbezetting) is tijdens de training dan erg geschikt. Ook een vorm als 5-5 (ruit met een man op mid-mid) kan erg geschikt zijn, maar het aantal balcontacten per speler wordt steeds minder naarmate de aantallen stijgen. Bij de Pupillen (O9, O11, O13) kiezen we voor het ontwikkelen van balgevoel en het opbouwen van uitstekende technische vaardigheden. Jeugdspelers leren deze vaardigheden in eerste instantie zonder weerstand aan. Dit gebeurt door verschillende kap- en passeerbeweging, dribbelen, passen en schieten eindeloos te herhalen. Vervolgens passen ze deze vaardigheden toe in kleine partijspelen (1-1, 2-2, 3-3, 4-4), waar ze te maken krijgen met wedstrijdechte weerstand.

Dit neemt niet weg dat ook bij de O13 en zelfs al bij de O11 aandacht kan worden besteed aan tactische vormen op training en dat er in wedstrijden haalbare afspraken/tactische doelen kunnen worden gemaakt, die de spelers al kunnen uitvoeren.

Wanneer spelers technisch minder geschoold zijn, kunnen ze niet onder hoge weerstand blijven voetballen. Dan wordt alsnog snel/vaak de lange bal gespeeld. Spelers moeten onder hoge druk om de bal durven vragen, de bal aannemen en de vrije man vinden door middel van het durven van inspelen. Dit kan alleen wanneer ze ook in staat zijn om een man te passeren, de bal af te kappen en bij een man weg te draaien. Wanneer spelers dit kunnen, dan hebben ze veel zelfvertrouwen aan de bal, waardoor ze eerder om de bal durven te vragen, ook onder hoge druk van de tegenstander.

5.2.5 Junioren: door ontwikkelen van technische en tactische vaardigheden

Bij de Junioren moet zoveel mogelijk onder wedstrijdechte weerstand getraind worden. Technische vaardigheden moeten zodanig ontwikkeld zijn, dat deze niet meer zonder weerstand hoeven te worden getraind. We kiezen bij de Junioren dus voor de KNVB-visie, waarin zoveel mogelijk wedstrijdecht wordt getraind.

Tijdens elke training staat een doelstelling centraal, die gericht is op 1 hoofdmoment van het voetballen. De coaching en oefenvormen worden op deze doelstelling afgestemd. De training wordt opgebouwd in drie fases: een oriëntatiefase, oefen/leerfase en een toepassingsfase. In de praktijk betekent dit dat er veel positie- en partijspelen worden gespeeld, waarin duidelijk een relatie is met het spelsysteem en de positie waarop de spelers ook in de wedstrijd staan.

Later kun je in grotere vormen deze overalsituaties terug laten komen, ook wanneer de aantallen gelijk zijn: bijvoorbeeld 7:7 (even grote aantallen), maar bij beide partijen achterin 2 centrale verdedigers tegen 1 spits, of 3 verdedigers tegen 2 aanvallers.

Natuurlijk kun je spelers ook beter maken in algemene vormen positiespel, passen en trappen of een ‘gewoon partijtje’. Deze vormen zijn echter meer geschikt als verlengde warming-up, dan als echte trainingsvorm. Je kunt een techniekvorm of pass/trapvorm wel gebruiken als oriënterende vorm op de training. Dit is de eerste vorm na de warming-up. Na deze eerste vorm kun je dan de weerstand groter maken. ‘Gewoon partijtje’ of ‘gewoon positiespel’ zonder doelstelling of bedoeling, is af te raden om vaak te gebruiken op een training wanneer je spelers écht beter wilt maken.)

5.2.6 Criteria voor een goede training

        • -Worden spelers betere voetballers (leren ze iets?)
        • -Zijn er veel balcontacten voor spelers zodat ze leren door herhaling?
        • -Kan er gescoord (en dus gewonnen) worden?
        • -Zijn de weerstanden wedstrijdecht?
        • – Is er een relatie met de manier van spelen?
        • -Is er een relatie met de positie van de speler?
        • -Is het leuk/hebben spelers plezier?

    In bijlage 1 vindt u een uitgebreidere checklist voor trainingen. Hier kunt u puntsgewijs nalezen aan welke punten een training kan voldoen.

5.3 Keepers

5.3.1 Visie en methode

Ook streven we ernaar om gediplomeerde keeper trainers binnen Broekster-Wâlden te hebben. Binnen de keeperstrainingen staat centraal dat de keeper “zowel technisch als qua inzicht (spelintelligentie en gochme) de kwaliteiten leert om de voetbal- en keepersituaties zo goed mogelijk op te lossen en/of te voorkomen”.
Om dit te realiseren zijn een aantal basis principes geformuleerd die als een rode draad door de keeperstrainingen lopen:

      • Keepers technisch, tactisch en mentaal beter maken
        • Binnen de club en op elk gewenst niveau
      • Binnen de verschillende leeftijdsgroepen:
        • *Onderbouw (O9, O11 en O13)
        • – Aanleren basistechnieken (o.a. uitgangshouding, vangtechniek, valtechniek etc)
        • – De keeper binnen de JO9 mag rouleren. Is ten goede van de voetbalkwaliteiten (behalve JO9-1)
        • *Middenbouw (O15 en O16)
        • – Aanleren c.q. verbeteren van basistechnieken als ook tactische en mentale vaardigheden
        • *Bovenbouw (O17 en O19)
        • – Verbeteren/perfectioneren van alle technische, tactische en mentale vaardigheden
      • Volgens een methodische opbouw van training:
        • Methodische opbouw van trainingsvormen per leeftijdscategorie
        • Trainingsvormen gedurende 3 of 4 weken doseren
        • Coaching richten op de individuele keeper (Coachmomenten)

5.3.2 Trainingsmethodiek

Wat betekent dat in de Praktijk?

      • Onderbouw O9
        • – Zoveel mogelijk laten voetballen.
        • – Keeperstraining indien de keeper het echt wil.
        • – Zorg voor leuke spelvormen met wat basistechnieken.
        • – Keepershandbal
        • – Tjoekbal, enz.
      • Onderbouw O11 t/m O13
        • – Verbeteren/Aanleren van de basistechnieken
        • – Thema’s: de voorzet, terugspeelbal, duel 1:1, spelvoortzetting, enz.
        • – Loop en coördinatietraining
        • – Samenwerking keeperstrainer en teamtrainer
      • Bovenbouw O15 t/m O19:
        • – Situatief trainen, aandacht voor details.
        • – Aanleren c.q. verbeteren basistechnieken.
        • – Thema’s: positie in het doel, de voorzet met druk tegenstander, enz.
        • – Tactische en mentale vaardigheden.
        • – Coaching (leiding geven)
        • – Loop en coördinatievormen.
        • – Samenwerking keeperstrainer en teamtrainer.
        • – Coaching (leiding geven)
        • – Thema’s: meer wedstrijd echte situaties.
        • – Krachttraining (romp stabiliteitsvormen), loop en coördinatievormen.
        • – Samenwerking keeperstrainer en teamtrainen.

5.4 Systeem andere team meespelen

Hiervoor willen wij u verwijzen naar de bijlage

6. Thema 2: Trainers

      • 6.1 Eisen aan trainers
      • 6.2 Didactiek
      • 6.3 Medische verzorging
      • 6.4 Kennis van meisjesvoetbal
      • 6.5 Keepers

6.1 Eisen aan trainers

Belangrijk is dat de trainer bij voorkeur een aantal jaren Broekster-Wâlden heeft gevoetbald. Het streven is een opleidingsniveau bij selectie teams van een trainer bij Broekster-Wâlden minimaal TC3. De groep die de trainer traint, moet zich als collectief aantoonbaar ontwikkelen gaande het seizoen. Individuele spelers trainen met plezier en maken de groei door om de volgende stap naar een opvolgend selectieteam. Een selectietrainer valt onder de directe leiding van het Coördinator en rapporteert aan hem op periodieke basis. Hij neemt actief deel aan periodiek overleg met overige selectietrainers en handelt op basis van dit Technisch jeugdplan.

6.2 Eisen/taken van de jeugdtrainers

Taken jeugdtrainers.
Het verzorgen van de technische, tactische, conditionele en mentale scholing waarbij naast iedere speler afzonderlijk ook het team zich optimaal moet kunnen ontplooien, teneinde een kwalitatief hoger spelniveau te krijgen. Waarbij uiteraard spelvreugde voorwaarde tot presteren is.
Tevens moeten ook de trainers bijdragen aan de zorg voor sportief gedrag, discipline, blessurepreventie, materiaalgebruik, wedstrijdvoorbereiding en uiteraard een goede, bij de leeftijd passende, algehele sfeer.
Het is erg belangrijk dat de trainer en de leider vooraf duidelijke afspraken maken over wie wat doet. Zodoende kan en mag hier tijdens het seizoen geen verwarring over bestaan. Het is misschien niet overbodig om hier nog te vermelden dat de coaching tijdens de wedstrijden in handen is van de trainer. Kan de trainer niet aanwezig zijn, dan neemt een jeugdleider de coaching over. Dit natuurlijk in nauw overleg met de trainer.

Ten aanzien van de training:

      1. Iedere training voorbereiden, informatie t.a.v. trainingen en voorbeelden zijn via de technisch jeugdcoördinator te verkrijgen.
      2. Minimaal 15 minuten voor de training aanwezig.
      3. Trainingsmateriaal controleren op aantal, slijtage en gebruik.
      4. Overleg voeren met de jeugdleider over wedstrijd, training, opkomst en afmelding.
      5. Zorgen voor een ordelijk verloop in de kleedkamer, na gebruik de kleedkamer netjes/schoon achterlaten.

Ten aanzien van de wedstrijden:

      1. Zorgen dat spelers zich correct en sportief gedragen naar de scheidsrechter, tegenpartij, publiek, medespelers en het kader.
      2. Verantwoordelijk voor de coaching tijdens de wedstrijd.
      3. Zorgen dat de spelers tijdig aanwezig zijn:

o Thuiswedstrijden junioren: o Uitwedstrijden junioren:
45 minuten voor aanvang; op afgesproken vertrektijd aanwezig zijn.

o Thuiswedstrijden pupillen: o Uitwedstrijden pupillen:
30 minuten voor aanvang; op afgesproken vertrektijd aanwezig zijn.

Zorgen voor een ordelijk verloop in de kleedkamer, na gebruik de kleedkamer netjes/schoon achterlaten.

      1. Zorgen voor de hygiëne van de spelers; douchen na sporten is in principe verplicht, materiaalgebruik, advies over blessures.
      2. Zorgen voor een goede sfeer in de groep, rekening houdend met de specifieke leeftijdskenmerken van de betreffende groep.
      3. Verzorgen van een geblesseerde speler.
      4. Zorg dragen voor een rustige en veilige heen en terugreis bij uitwedstrijden.
      5. Problemen oplossen (scheidsrechters, kantine, tegenpartij, vervoer) zonodig in overleg met het bestuurslid technische zaken. Dit i.s.m. de jeugdleider.
      6. Onderhouden contacten met de ouders/verzorgers van spelers. Bijzondere taken jeugdtrainers:
      7. Het onderhouden van nauwe contacten met de andere trainers (overnemen van trainingen, materiaalgebruik bij gelijktijdig trainen etc.).
      8. Advies geven aan het bestuurslid technische zaken over nieuw aan te schaffen materiaal.
      9. Signaleert problemen en lost deze op, zo nodig in overleg met de Technisch Jeugdcoördinator.
      10. Bijwonen periodiek overleg met het vrijwillig jeugdkader.
      11. Geeft adviezen aan de Technische Commissie betreffende het selecteren van spelers en het selectiebeleid.
      12. Bezoekt regelmatig wedstrijden van andere teams van onze vereniging en praat daarover met de trainer van dat team.

Voor de taken van de leiders, willen we u verwijzen naar de organisatiewijzer die te vinden is op de site. (www.broekster-walden.nl)

6.3 VTON

Middels de applicatie van Vton en hun aanpak beschrijft daarin het antwoord op de vraag hoe trainers binnen de opleidingsvisie van Broekster-Wâlden het beste kunnen laten ontwikkelen. Welke vragen stel je, wat voor rol heb je als trainer, waar let je op? Bij Broekster-Wâlden maken we onderscheidt in 2 rollen. Je coaching verschilt namelijk als de oefening gericht is techniek of op inzicht. Bij de Pupillen, waarin we veel techniek ontwikkelen, zijn we vooral bezig met het ontwikkelen van techniek en richt je je op diepe training (training op details). Wanneer je inzicht traint, is het in de Broekster-Wâlden opleiding visie, essentieel om spelers eigen keuzes te laten maken. De coach begeleidt de speler in de gemaakt keuze, echter ook wel andere opties er zijn. Op deze manier leert de spelers eigen en goede keuzes te maken.

Voor uitgebreidere instructie hebben we bijlage 3 bijgevoegd welke gaat over coaching tijdens technische handelingen en coaching tijdens inzichtelijke handelingen.

In bijlage 4 staat beschreven hoeveel % een trainer aan bepaalde onderdelen kan besteden. Een trainer is vrij om te kiezen wanneer hij wat doet als hij aan het einde van het seizoen maar op de afgesproken percentages uitkomt.

6.4 Medische verzorging

Een trainer moet weten wat belasting en belastbaarheid (periodiseren) is om blessures te voorkomen, maar blessurepreventie gaat verder ook over kleding, schoeisel en velden. Broekster- Wâlden zal er naar streven om elk jaar een voorlichtingsavond te organiseren waarin die onderwerp centraal staat. Tijdens deze bijeenkomst ligt het accent op de voetballers en het team tijdens trainingen, wedstrijden en toernooien, bij deze activiteiten is voor de trainers de grootste winst te behalen.

Tips: voor blessurepreventie bij trainingen en coachen:

      1. Help een groot aantal blessures te voorkomen door voetbalspelers positief te beïnvloeden.
      2. Bepaal de belasting van de trainingen over kortere en langere perioden. Als deze niet goed is afgestemd op de belastbaarheid van de voetbalspelers, lopen zij een vergrote kans op een sportblessure.
      3. kledingadvies, bv. wat trekken we bij welke temp. aan.
      4. voeding-/vochtadviezen
      5. loopscholing/ gebruik van de juiste warming-up en cooling-down
      6. Wees goed op de hoogte van de algemene gezondheid en eventueel het medicijngebruik van de spelers.
      7. Stimuleren preventieve maatregelen door informatie en advies te geven aan voetbalspelers, ouders en begeleiders.
      8. Verminder de kans op of de ernst en duur van sportblessures door het aanleren van de juiste techniek.
      9. Zorg voor een goede trainingsopbouw.
      10. Verstrek materiaaladviezen.
      11. Creëer een veilige sportomgeving en stimuleer Fair Play

6.5 Kennis van meisjesvoetbal

Meisjes starten over het algemeen op latere leeftijd met voetbal dan jongens. Doordat meisjes later starten, hebben zij een achterstand op een groot aantal technische vaardigheden (ontwikkelen van voetbalhandelingen) welke bij jongens al vroeg worden aangeleerd (vanaf FPupillen). Hierdoor lopen meiden ongeveer 1 a 2 fases achter qua leeftijdsspecifieke kenmerken in vergelijking met jongens van dezelfde leeftijd! Qua mentaliteit en fysieke belastbaarheid zijn beide gelijk. Het is van zeer groot belang dat trainers zich hiervan bewust zijn!
Bijv: MB jun leeftijdsspecifieke kenmerken op “technisch niveau” = jongens C-D jun.

6.6 Keepertrainer

6.6.1 Rol van de keeperstrainer

    1. Bepaal de thema’s die je wilt behandelen
      • Voorbeelden van thema’s zijn bijv: Vangen, vallen, de voorzet, spelvoortzetting, terugspeelbal, enz.
    2. Periodiseer je training over drie of vier weken
      1. Elke training wordt gedurende 3 of 4 weken aan de keepers gegeven
      2. Hierdoor ontstaat een optimale leersituatie voor de keepers;
        • -Veel herhalen
        • -Elke keeper kan op zijn eigen manier de stof tot zich nemen
        • -Coaching wordt afgestemd op de individuele keeper
    3. Bepaal a.d.h.v. de thema’s de basistechnieken en coachmomenten
      1. Uitgangshouding en voetenwerk elke training terug laten komen
      2. Zorg voor een goede opbouw per leeftijdscategorie die aansluit op elkaar
    4. Denk aan een verantwoorde opbouw per leeftijdscategorie
      1. Onderbouw (leergierig, probeer grenzen te verleggen)
      2. Middenbouw (groeispurt, maatwerk)
      3. Bovenbouw (voorbereiden op het echte werk, mentale weerbaarheid)
    5. Training
      1. Probeer iedereen aandacht te geven met persoonlijke coaching.
      2. Zet direct jouw stempel op de training door vanaf het begin discipline en concentratie te vragen
      3. Geef daarna je verschillende coachmomenten = Situatief coachen

6.6.2 Samenwerking Selectietrainer-keeperstrainer.

  1. Visie op het doel verdedigen zoveel mogelijk laten overeenkomen.
  2. Beoordelen keepers door selectietrainer in overleg met de keeperstrainer.
  3. De selectietrainer is verantwoordelijk voor welke keeper hij opstelt dit in overleg met de keeperstrainer. Als beide er niet uitkomen, beslist de coördinator. Mocht dit nog niet na wens verlopen zal de TH het eindoordeel hebben.
  4. De keeperstrainingen in overleg met de selectietrainer i.v.m. eventuele wensen t.a.v. spelers in partij/wedstrijdvormen.
  5. Overleg tussen de selectietrainers 1x per maand voor de keeperstraining. Nabespreking en voorbespreking wedstrijd.
  6. Tijdens de wedstrijd keeperstrainer eventueel in overleg in dug-out. Het coachen is voor de selectietrainer die feedback kan vragen aan de keeperstrainer tijdens of in de rust van wedstrijd.

7. Thema 3: Selectie en Scouting

  • 7.1 Inleiding
  • 7.2 Doelstellingen selectiebeleid
  • 7.3 Selectiecriteria
  • 7.4 Scouting
  • 7.5 Selectieprocedure
  • 7.6 Wisselprocedure

7.1 Inleiding

Dit plan biedt duidelijkheid over selectieprocedures en laat zien hoe individuele spelers kunnen doorstromen van jongste kabouter tot volwaardige senior. We willen transparant zijn in selectieprocedures, wie de selectie samenstelt en hoe spelers worden beoordeeld.

Dit plan is opgesteld door het technische kader van Broekster-Wâlden. De Hoofd jeugdopleiding stuurt aan en bewaakt de uitvoering van dit plan. Hij valt onder de verantwoording van de technische zaken van Broekster-Wâlden. Technische zaken rapporteert aan het bestuur.

7.2 Doelstellingen

Iedereen is welkom bij Broekster-Wâlden om te voetballen. Iedereen die plezier heeft in voetballen kan lid worden bij Broekster Boys of de VV de Wâlden. Dit plan richt zich o.a. op spelers die in aanmerking komen voor competitieve teams: de niet – en selectieteams. Het geeft aan welke intentie we bij Broekster-Wâlden met niet – en selectiespelers hebben en hoe we het individu centraal stellen.

Dit plan is een basisvoorwaarde om spelers uit de eigen jeugd door te laten stromen naar de senioren. Vanaf de jeugd spelen de spelers in een zo hoog mogelijk team. Van jongs af aan worden ze gevolgd in hun ontwikkeling en worden ze getraind door speciaal aangestelde trainers.

7.2.1 Concrete doelstellingen

  1. Duidelijkheid en transparantie over de selectieprocedure.
  2. Doorstroming van jeugdspeler in de leeftijdsgroep en uiteindelijk naar het 1e van VV de Walden of Broekster Boys.
  3. Ruimte en aandacht voor een individuele speler om zich optimaal te ontwikkelen.

7.2.2 Geen selectiespeler, of wel?

Voor recreatieve teams gaat het minder om de prestaties, meer om het plezier. Bij Broekster- Wâlden worden juist ook deze teams goed getraind en begeleid. Enkele spelers in deze teams ontwikkelen zich mogelijk tot nieuwe selectiespelers. Zij worden gevolgd door de selectietrainers om hen mogelijk in een hoger team te plaatsen.

7.2.3 Geen selectiewedstrijden

Door middel van onze uitgebreide selectieprocedure proberen we zoveel mogelijk om selectiewedstrijden te voorkomen. Selectiewedstrijden aan het einde van het seizoen leveren voor de spelers veel spanning en onduidelijkheid op. Voor trainers, coördinatoren en hoofd jeugdopleiding is het onmogelijk en onwenselijk om de selectie op basis van één moment te baseren.

Er wordt gestreefd naar een continue selectieprocedure door het jaar heen, door middel van interne scouting, een digitaal speler volgsysteem (VTon, Talento), trainersinput en trainersoverleg. Al voor de winterstop moet er een moment zijn waarop geëvalueerd wordt welke spelers in aanmerking komen voor een hoger team of zelfs een selectieteam, en natuurlijk ook welke spelers niet. Er wordt een voorlopige selectie geformeerd voor het volgende seizoen.

Na de winterstop moet door middel van gerichte scouting, meetrainen met een hoger team en het spelen van wedstrijden met de voorlopige selecties, duidelijk worden welke spelers daadwerkelijk geselecteerd worden, dan wordt van de voorlopige selectie een definitieve selectie gemaakt.

7.3 Selectiecriteria

Talent is een begrip, dat moeilijk is te vatten. En nog moeilijker te meten. In de ogen van de één heeft een speler talent, de ander ziet dat talent mogelijk niet. Talent is een onderscheidend kenmerk van een voetballer. Goede traptechniek, balbehandeling, spelinzicht of een combinatie van alles?

Ook een selectiespeler gedraagt zich naar de normen en waarden zoals Broekster-Wâlden die als uitgangspunten stelt. Het gedrag van een speler is dus een belangrijk uitgangspunt. Zijn technische en tactische vaardigheden zijn daarnaast bovengemiddeld. Minstens zo belangrijk is de coachbaarheid. Luistert een speler naar zijn trainer en voert hij de opdrachten goed uit? Spelers die in aanmerking komen voor selectieteams van Broekster-Wâlden hebben dus specifieke kenmerken. Hierin is de taak van de trainer door geen voorkeursposities te creëren. Aangezien iedereen gelijk is en even belangrijk is.

7.3.1 Wie maken de selecties?

Selectietrainer, Coördinator, ass Hoofd jeugdopleiding en Hoofd jeugdopleiding (allen gekwalificeerde mensen) Algemeen lid TH, bepalen of een speler in aanmerking komt voor een selectieteam.

Bij de selectieteams O19, O17,O15, O13, O11 en O9-jeugd zijn de coördinatoren en selectietrainers verantwoordelijk voor het maken van de selecties. Dit gebeurt in overleg met de assistent hoofd jeugdopleiding van de desbetreffende leeftijdsgroep. Waarna de assistent hoofd jeugdopleiding overlegd met hoofd jeugd opleiding en algemeen lid TH. Bij gelijke stemmen kan de hoofd jeugdopleiding, in uiterste gevallen, beslissingen te nemen of terug te draaien. Na akkoord van het bestuur. De selectietrainers zullen dit dan moeten honoreren. Communicatie is een essentieel onderdeel van transparante selectie, trainers van Broekster- Wâlden zijn verplicht om altijd en bijtijds te communiceren waarom een speler omhoog of omlaag gaat.

7.3.2 Waarop selecteren we?

Broekster-Wâlden selecteert op basis van de volgende specifieke kenmerken:

  1. Technische vaardigheid
  2. Tactische vaardigheid
  3. Leeftijd
  4. Gedrag
  5. Fysiek
  6. Mentaliteit
  7. Communicatie
  8. Coachbaarheid

7.3.3 Technische, tactische en fysieke vaardigheden

Bij het selecteren letten we voornamelijk op technische vaardigheden en op tactisch inzicht. Zeker bij de Pupillen zijn basisvaardigheden het belangrijkst: dribbelen, passen, passeren, kappen/draaien en schieten. Wanneer spelers uiteindelijk door willen stromen naar het eerste elftal zullen zij moeten beschikken over zeer goede technische vaardigheden; hier moeten we dus al van jongs af aan prioriteit aan geven.

Vanaf de Junioren (O15) worden ook tactische vaardigheden belangrijk. Dit betekent dat spelers het inzicht hebben om taken uit te voeren bij het verdedigen en aanvallen, die horen bij positie en linie van de desbetreffende speler, en dat ze dit ook daadwerkelijk uitvoeren.

7.3.4 Leeftijd

Vooral bij de Pupillen selecteren we in eerste instantie op leeftijd. Eerstejaars worden bij elkaar ingedeeld en er zijn ook teams voor tweedejaars. Voor een talent kan er een uitzondering worden gemaakt, omdat voor zijn ontwikkeling het beter is om direct naar JO11-1 te gaan. Bijvoorbeeld JO11-3 en JO11-4 zijn teams voor eerstejaars O11- Pupillen, zij stromen het jaar erna door naar JO11-1 of JO11-2, wat teams zijn met voornamelijk tweedejaars O11-pupillen.

Bij O13 selecteren we op kwaliteit en niet direct meer op leeftijd. In eerste instantie spelen eerstejaars O13 in een soortgelijk systeem en gaan naar deJ O13-3. Voor talenten kan een uitzondering worden gemaakt, omdat voor zijn ontwikkeling het beter is om direct naar JO13-1 of JO13-2 te gaan. Over het algemeen spelen tweedejaars O13 dan in de JO13-2 en JO13-1. Let wel uitzonderingen daar gelaten. Het kan dus betekenen dat speler 2 jaar in hetzelfde team kunnen blijven, wanneer zij op basis van hun voetbalkwaliteiten (en gedrag) niet in aanmerking komen voor een ander team.

Vanaf de Junioren (O15) worden spelers niet meer ingedeeld op basis van leeftijd, maar op basis van kwaliteit. 2e jaarsspelers van O13 gaan dan naar JO15-1, JO15-2 of JO15-3 etc., afhankelijk van hun kwaliteiten. Vanaf de O15 zullen spelers dus twee jaar achter elkaar in hetzelfde team kunnen blijven, wanneer zij op basis van hun voetbalkwaliteiten (en gedrag) niet in aanmerking komen voor een ander team.

7.3.5 Gedrag

Wanneer spelers zich in een seizoen gedragsmatig van een negatieve kant laten zien, dan moeten deze spelers niet in aanmerking komen voor een hoger team. Echter, we moeten ook een situatie voorkomen waarin alle jongens worden gedropt in de laagste teams die negatief gedrag hebben laten zien. Moeilijk gedrag betekent dus ook niet dat een speler naar een lager team moet, maar wel dat een speler niet in aanmerking komt voor een hoger team. We willen negatief gedrag niet belonen. Er wordt wel onderscheid gemaakt in gewoon vervelend of oorzaak in een bepaalde problematiek.

Een speler (en zijn ouders/verzorgers) zal hierover geïnformeerd worden door de trainer samen met de coördinator van de desbetreffende leeftijdsgroep ten tijde van dit gedrag. Als na herhaaldelijke gesprekken/waarschuwingen geen verbetering ontstaat, kan besloten worden tot bovenstaande maatregel. Let op een sanctie is altijd een maatregel van het bestuur!

7.3.6 Fysieke vaardigheden

Uiteraard zijn fysieke kenmerken ook belangrijk, maar dit gaat veel verder dan de oppervlakkige kenmerken lengte en kracht. Fysieke vermogens die wij belangrijk vinden zijn snelheid, 15 coördinatie, stabiliteit en looptechniek. Dit zijn vaardigheden waar een speler zijn hele voetballeven plezier van heeft. Een voorsprong in lengte bij de jongere jeugd ten opzichte van andere spelers, zal na verloop van tijd verdwijnen. Een jongetje dat in de Pupillen heel groot en sterk is en daardoor veel scoort en alle duels wint, maar geen technische vaardigheden heeft, komt dus zeker niet altijd in aanmerking voor een (hoog) selectieteam.

7.3.7 Teams bij elkaar houden

Zeker bij lagere Pupillen- en Juniorenteams bestaat vaak de wens om als team bij elkaar te blijven. Hier wordt altijd rekening mee gehouden. Spelers die individueel er bovenuit steken in deze teams behouden de mogelijkheid, wanneer ze dat zelf ook willen, naar een hoger te team te gaan. Door de wens bij elkaar te blijven, is het voor deze teams niet altijd mogelijk om door te stromen naar een hoger team, en zal soms zelfs een stapje terug moeten worden gedaan. Dit is een individuele wens van een compleet team en wordt per geval bekeken door de coördinator van de desbetreffende leeftijdsgroep in overleg met de desbetreffende trainer.

7.3.8 Digitaal speler volgsysteem

We zijn voornemend om in het seizoen 2017/2018 te starten we het een digitale speler volgsysteem. Dit systeem maakt het mogelijk om de ontwikkeling van technische, tactische en fysieke vaardigheden bij te houden en digitaal op te slaan en te volgen. Trainers zullen met ondersteuning van het hoofd jeugdopleiding, assistent hoofd jeugdopleiding, algemene lid TH, de coördinatoren en selectietrainers de spelers beoordelen op hun technische, tactische en fysieke vaardigheden. Hiermee willen we de ontwikkeling van spelers beter in kaart brengen en de mogelijkheid bieden om deze gegevens met elkaar te delen. Dit is een hulpmiddel bij de interne scouting en het selectiebeleid. Bovendien kunnen coördinatoren, ass hjo, algemeen lid TH en Hoofd jeugdopleiding van individuele spelers scoutingrapporten maken en deze ook met elkaar delen.

Het speler volgsysteem stelt ons in staat om de ontwikkeling van de jeugdspelers door de jaren heen in de gaten te houden. Sommige spelers ontwikkelen zich erg vroeg, andere zijn juist laatbloeiers. Het is interessante informatie om te zien waar de ontwikkeling begint en waar deze stokt. Spelers die zich snel ontwikkelen, komen in aanmerking voor een hoger team. Spelers die zich niet ontwikkelen, zitten misschien wel te laag ingedeeld. In overleg met de trainers beoordelen we de resultaten van het speler volgsysteem.

Daarnaast heeft het speler volgsysteem nog veel andere toepassingen. Zo kun je als trainer gemakkelijk de trainingsopkomst en de wedstrijdstatistieken bijhouden. Dat stelt je als trainer in staat om op basis van objectieve gegevens uitspraken te doen over spelers. Dit komt een transparante selectieprocedure zeker ten goede.

7.4 Scouting

Vanaf het seizoen 2016/2017 zal er gestart worden met intensivering van de interne scouting. Interne scouting betekent dat er meerdere momenten door verschillende mensen wordt gekeken naar spelers die bij Broekster-Wâlden spelen. Hier moet je denken aan een algemeen lid binnen het technische hart.

Van selectietrainers wordt verwacht dat zij hierin een rol spelen en op de hoogte zijn van de overige teams in hun leeftijdsgroep. Ook coördinatoren hebben hier een rol in. Bijvoorbeeld: de coördinator O19, O17 en O15 bekijkt wedstrijden van teams in de leeftijdsgroep O19, O17 en O15; dus niet alleen van de selectieteams, maar ook van de overige teams.

Tenslotte moet het Assistent hoofd jeugdopleiding een overall overzicht hebben van alle teams binnen zijn afdeling. Binnen een grote vereniging is het onmogelijk om bij alle teams veelvuldig te kijken, dus het Assistent hoofd jeugdopleiding zal vooral gericht kijken naar spelers en teams op basis van bevindingen van trainers, leiders en de coördinatoren van de verschillende leeftijdsgroep. Het algemeen lid TH speelt hier ook een rol in.

7.5 Selectieprocedure

7.5.1 Evaluatiemoment voor de winterstop

Begin december van ieder seizoen vindt een evaluatiemoment plaats. Er wordt dan geïnventariseerd welke spelers in aanmerking komen om mee te trainen met een hoger team. Tijdens het seizoen met spelers schuiven tussen teams wordt voorkomen. Maar wanneer de situatie erom vraagt (in uiterste gevallen) kan er besloten worden door de coördinator van de desbetreffende leeftijdsgroep, algemeen lid TH, assistent hoofd jeugdopleiding en hoofd jeugdopleiding in samenspraak met de trainers, om een speler een team terug te zetten, door te schuiven naar een hoger team of zelfs naar een hogere leeftijdsgroep. Dit zal altijd na akkoord zijn van het bestuur.

Uitgangspunt is dat spelers die op basis van kwaliteiten, inzet en gedrag, het verdienen om naar een hoger team te gaan, de kans ook daadwerkelijk krijgen om mee te trainen met een selectieteam. Dit wordt in overleg (met speler en ouders/verzorgers) besloten. Daarnaast is de kwaliteit van de input van trainers erg belangrijk; zeker voor trainers van lagere teams is het goed om op de hoogte te zijn van het niveau van de selectieteams. Het verschil tussen lagere en selectieteams is vaak groter dan trainers/ouders denken.

Om een goed advies te kunnen geven, moeten selectietrainers dus op de hoogte zijn van het niveau van (spelers van) lagere teams, maar andersom moeten trainers van lagere teams ook op de hoogte zijn van het niveau van (spelers van) de selectieteams.

7.5.2 Meetrainen met hoger team/leeftijdsgroep

Spelers die een kans verdienen om hogerop te komen, en dat zelf ook willen, trainen na de winterstop met een hoger team of leeftijdsgroep mee. In overleg kan dit 1 of 2 keer per week of 1 keer per 2 weken gebeuren.

Trainers hebben aan het eind van de eerste seizoenshelft een goed beeld van de spelers die in potentie hogerop kunnen. Ze geven in december een advies over deze spelers. De assistent hoofd jeugdopleiding, algemeen lid TH en hoofd jeugdopleiding zullen dit advies meenemen in het besluit welke spelers gaan meetrainen na de winterstop in overleg met de trainers van de moederverenigingen. De trainers hebben dus ook hier een adviserende stem. Na akkoord van het bestuur.

Het meetrainen met een hoger team gebeurt in overleg met de trainer van het desbetreffende team, de speler en de ouders van de speler. In overleg kan besloten worden om de training als extra (derde) training in de week te doen, naast twee keer trainen met het eigen team, of er kan worden besloten om de training als vervangende training te doen, dus in plaats van een training met het eigen team.

In bijzondere gevallen kan al eerder worden besloten om een speler mee te laten trainen met een hoger team of leeftijdsgroep. Trainers die merken dat een speler ver onder zijn niveau is ingedeeld, of wanneer een speler al in het hoogste team is ingedeeld maar onvoldoende weerstand krijgt tijdens trainingen en wedstrijden, geven dit aan bij de Hoofd jeugdopleiding. In overleg kan dan worden besloten deze speler al voor de winterstop mee te laten trainen met een hoger team.

7.5.3 Spelers van buitenaf

Wanneer een speler van buitenaf zich aanmeldt, dan moet er door middel van meetrainen en op basis van eventueel oefenwedstrijden, een compleet beeld van de speler bestaan, voordat deze wordt ingedeeld in een (selectie)team. Het belangrijkste criterium is dan of een speler een toegevoegde waarde heeft voor het desbetreffende selectieteam ten opzichte van een speler die al lid is bij Broekster-Wâlden. Een speler van buitenaf hoeft niet bij de beste 3, 5 of 11 van een selectieteam te zitten, maar wel bij de beste 14/15/16, afhankelijk van de grootte van de selectie.

Bij de O9 en O11 krijgen ‘eigen’ spelers voorrang boven spelers van buitenaf, bij minieme verschillen. Spelers van buitenaf moeten een echte meerwaarde bieden ten opzichte van een eigen speler die door zijn komst de selectie net niet haalt. Dit wordt bepaald door de selectietrainer. De Hoofd jeugdopleiding mag een dergelijke beslissing, wanneer nodig, veranderen of terugdraaien. In het daarop volgende seizoen wordt een speler als een van de onzen beschouwt. Je bent dus maar 1 jaar nieuw.

7.6 Wisselbeleid

In de selectieteams van de O9 en O11 hebben alle spelers evenveel recht op het spelen van wedstrijden. De trainer hanteert een evenwichtig wisselsysteem, zodat elke speler evenveel speeltijd krijgt lopende een heel seizoen.

Vanaf de O13 selectieteams kan de trainer kiezen voor de ‘sterkste’ opstelling. Dit betekent dat alleen gewisseld wordt als de verwachting is dat het de teamprestatie ten goede komt. De individuele ontplooiing maakt langzaam ruimte voor het teambelang. De trainer moet wel een redelijk sociaal wisselbeleid blijven voeren en geeft desgewenst toelichting op zijn wisselbeleid aan de speler(s).

Er geldt in principe een 50%-regel. Alle spelers moeten in een seizoen minimaal 50% van de wedstrijden spelen. Voor jeugdspelers is het essentieel dat ze veel speelminuten maken, omdat zij zich daardoor optimaal kunnen ontwikkelen.

Voor sommige spelers is dit niet haalbaar, omdat ze het niveau (nog) niet hebben, of fysiek dusdanig te kort komen dat het voor een dergelijke speler niet leuk is om met het eigen team mee te spelen. Dan moet er worden gezocht naar andere oplossingen. Deze speler kan dan bijvoorbeeld de ene week meespelen met een lager team, en de andere week gaat hij als wissel mee met zijn eigen team. Zodoende kan hij toch aan de 50% van de wedstrijden komen. Dit geldt natuurlijk niet voor de niet-selectieteams. In deze teams moeten alle spelers (ongeveer) evenveel speeltijd krijgen. Behalve wanneer door blessures, ziekte, afwezigheid bij training of door gedragsmatige redenen er aanleiding voor is om iemand (veel) minder speeltijd te geven.

8. Thema 5: Organisatie, Faciliteiten en Communicatie

  • 8.1 Organigram (wie doet wat)
  • 8.2 Organisatie
  • 8.3 Faciliteiten
  • 8.4 Communicatie Selectie-indelingen.

8.1 Organigram Technische kader Broekster-Wâlden

 

8.2 Organisatie en taken TH

Om dit het selectiebeleid te realiseren wordt vanaf het seizoen 2016-2017 met een nieuwe organisatiestructuur gewerkt. Broekster-Wâlden het Technische hart. De trainers houden zich bezig met het organiseren en faciliteren van wedstrijden/trainingen van jeugdteams. Zij creëert een optimale conditie voor leden om te trainen en de wedstrijden te spelen. Om dit proces te leiden is er per leeftijdsgroep een Coördinator aangesteld. Er is zicht op alle spelers, teams, begeleiders en trainers en is voor hen aanspreekpunt.

Het technische hart wordt geleid door de Technisch zaken. De Hoofd jeugdopleiding, algemeen lid, Ass. Hoofd jeugdopleiding onderbouw/bovenbouw en Dames/meiden, Algemene technische zaken afdeling vallen onder directe verantwoording van de Technische zaken. Vanuit het technische hart worden de overige selectie-elftallen aangestuurd (zie organigram).

8.2.1 Taken Hoofd jeugd opleiding

De Hoofd Jeugdopleiding is de aanjager voor sportieve en prestatieve resultaten van de selectieteams, niet selectie teams en uiteindelijk voor de aanvoer van jeugdspelers naar het eerste elftal. Hij bewaakt en geeft verdere richting aan het technisch jeugdbeleid en adviseert bestuurslid technische zaken. Samen met de algemeen lid TH, assistent hoofd jeugdopleiding bovenbouw/onderbouw en technische zaken zorgt hij voor de aanstelling van selectietrainers.

Met hen overlegt hij periodiek over de voortgang en ontwikkeling van de deze trainers. Hij draagt voldoende trainingsmateriaal/-voorbeelden aan (selectie)trainers middels app VTON. De Hoofd jeugdopleiding stuurt het Technisch Hart aan omtrent de indeling van alle selectieteams en niet selectie teams. Tot slot zorgt hij voor een optimale afstemming tussen de coördinatoren en het technische hart. Hoofd Jeugd opleiding rapporteert aan bestuurslid technische zaken. Welke formeel bestuur verantwoordelijk is.

  1. Beleidsplan vaststellen (i.o.m. bestuur)/volgen en up to date houden i.s.m. technisch hart
  2. Netwerk naar andere verenigingen / KNVB
  3. Terugkoppeling spelers richting senioren 1e selectie (Zowel de VV Wâlden als BW)
  4. Contactpersoon jong senioren vs. moeder verenigingen
  5. Aansturen/implementeren van VTON app
  6. Maandelijks overleg TH ( en keepertrainer )
  7. Trainers – Spelers – Toernooien – Oefenwedstrijden

In overleg met bestuurslid technische zaken

8.2.1 Taken ass. hoofd jeugd opleiding

  1. Aansturen coördinatoren C junioren
  2. Trainers / Coördinatoren aansturen op uitvoering VTON
  3. Trainers – Spelers – Toernooien – Oefenwedstrijden
  4. Activiteiten organiseren
  5. Dantumadeel cup indeling / optimalisatie
  6. Contactpersoon voor trainers / coördinatoren

In overleg met hoofd jeugd opleiding

8.2.1 Taken algemene zaken TH

  1. Vertegenwoordiger van het G-voetbal
  2. Second opinion op spelers selectie beleid
  3. Vertrouwenspersoon

In overleg met hoofd jeugd opleiding

8.2.1 Taken coördinator

  1. Aansturen van de trainers in hun leeftijdsgroep
  2. Periodiek aanwezig zijn bij trainingen / wedstrijden ( elk min. 1 x per maand per team)
  3. (Thuiswedstrijden is afdoende !!)
  4. Maandelijks overleg met trainers omtrent stand van zaken spelers (winter uitgezonderd)
  5. Vooruit kijken naar oefenwedstrijden / toernooien / zaal periode (planning voorbereiding)
  6. Controle op VTON app
  7. Indeling 2e jaar i.v.m. mee trainen
  8. Maandelijkse terugkoppeling richting HJO/Ass. HJO
  9. Meldingsplicht indien afwezig trainers
  10. Coaching trainers tijdens wedstrijden … flipover … bespreking …

In overleg met ass. hoofd jeugd opleiding / hoofd jeugd opleiding

8.2.2 Overlegstructuur

Broekster-Wâlden werkt met een kadergroep bestaande uit de bestuur technisch zaken, algemeen technische zaken jeugdopleiding, hoofdjeugdopleiding en assistent bovenbouw, onderbouw en meiden, Zij overleggen minimaal 8 keer per seizoen. Deze overleggen worden ingevuld a.d.h.v. de algemene en specifieke doelstellingen (zie paragraaf 3.2) en specifieke thema’s zoals die worden aangeleverd door de verschillende betrokkenen. Bestuurslid technische zaken informeert jeugdbestuur over de voortgang van de doelstellingen.

Daarnaast hebben de coördinatoren met iedere selectietrainer minimaal 4 keer per seizoen werkoverleg. Dit werkoverleg dient vorm te krijgen a.d.h.v. de onderstaande punten:

  1. Evalueren algemene doelstellingen (zoals aan het begin van het seizoen opgesteld)
  2. Voortgang a.d.h.v. leeftijdsspecifieke kenmerken en doelstellingen
  3. Implementatie van de Broekster-Wâlden visie op techniek en tactiek (VTON)
  4. Aandacht voor de selectie- en scoutingmomenten

8.3 Faciliteiten

8.3.1 Wedstrijd en Trainingsvelden

Broekster-Wâlden beschikt over 4 wedstrijdvelden waarvan twee kunstgrasvelden zijn. De kunstgrasvelden worden ook gebruikt als trainingsveld.

8.3.2 Verlichting wedstrijd en trainingsvelden

Broekster-Wâlden heeft 2 trainingsvelden die allemaal verlicht zijn. Er zijn twee (kunstgras) wedstrijdvelden die ook verlichting hebben.

8.3.3 Uitwijkmogelijkheden bij slecht weer

Extra uitwijkmogelijkheden zijn er niet.

8.3.4 Doelen met Netten

Broekster-Wâlden beschikt over 8 Pupillen doelen met netten voor de wedstrijden van de O9 en O11 deze doelen kunnen ook gebruikt worden voor de trainingen. Verder zijn er 4 doelen aanwezig van 2 meter breed en 1 meter hoog. Deze doelen worden gebruikt voor de trainingen en voor de 4:4 competitie van de O9 en nieuw te realiseren O7.

8.3.5 Faciliteiten, wedstrijd en trainingsanalyse

De kleedkamer wordt gebruikt om de wedstrijdbesprekingen te houden. In de kantine is een beamer aanwezig met een projectiescherm waarop eventuele beelden van wedstrijden vertoond kunnen worden. Hier kan ook tijdens een cursus gebruik gemaakt van worden. Tijdens de wedstrijd is het verplicht om de ter beschikking gestelde flip-over vellen te gebruiken.

8.3.6 Ballen

Alle trainers beschikken over ballen. De elftallen hebben hun eigen hok in het ballenhok. Binnen de elftallen heeft vrijwel elke speler een bal.

8.3.7 Trainingshulpmiddelen

Er zijn om te trainen voor elke trainer pionnen en hesjes aanwezig. Verder zijn er loopladders en stokken aanwezig voor loopoefeningen.

8.4 Communicatie

8.4.1 Jeugdafdeling

De communicatie vanuit de Jeugd vindt plaats door het bestuur en het Hoofd Jeugdopleiding. Om binnen de vereniging en de jeugdopleiding op één lijn te blijven en bij te kunnen sturen, zijn structurele overlegmomenten onontbeerlijk. Per seizoen zullen de volgende bijeenkomsten of overlegmomenten plaatsvinden:

  1. Start bijeenkomst nieuw seizoen (jaarlijks)
  2. Technisch hart overleg (min 8x per seizoen)
  3. Vergadering Jeugdopleiding (selectietrainers en/of niet- selectietrainers) o.l.v. coördinatoren (min 8x per seizoen)
  4. Teamleiders overleg (invulling door Algemene zaken bestuur)
  5. Interne cursussen (techniek training, enz.)
  6. Thema avonden
  7. Informatie avonden ten behoeve van ouders/verzorgers en andere geïnteresseerde

Daarnaast dient het bestuurslid tecnische zaken minimaal 6 keer per jaar een werkoverleg te hebben met het Hoofd Jeugdopleiding. Hierin geeft het bestuurslid technische zaken terugkoppeling over de besproken punten tijdens bestuursvergadering die betrekking hebben op technisch vlak.

8.4.2 Communicatie Selectieprocedure

Bij de O11 is een extra aandachtspunt de overgang naar een heel speelveld. Vanaf de winterstop zullen deze spelers in oefenwedstrijden (evt. onderling) bekend moeten worden gemaakt met een heel veld. Coördinator O11 en O13 coördineert dit met de O11 en O13 selectietrainer.

8.5 Huisregels

Hiervoor willen wij u verwijzen naar de organisatiewijzer die vermeld staat op onze site (www.broekster-walden.nl)

8.5 Huisregels

Slotwoord,
Middels bovenstaand technisch plan hopen we de jeugd van Broekster-Wâlden middels de pop methode toekomst te geven om hun hobby op elk gewenst niveau te beoefenen.
Met Sportieve groet,
Mede mogelijk gemaakt door leden van technisch hart Broekster-Wâlden:

  • René Peterson, Hoofd jeugdopleiding
  • Willem Dijkstra, Ass hoofd jeugdopleiding bovenbouw
  • Fré Douma, Ass hoofd jeugdopleiding onderbouw
  • Patrick Mays, Ass hoofd jeugdopleiding dames/meiden
  • Kas Huizinga, Algemene technische zaken

9. Bijlage

9.1 bijlage 1: Checklist training – Waar moet een goede training aan voldoen?

Voor de training

    1. Op tijd aanwezig zijn
    2. Trainingsvoorbereiding op papier (via trainingvoorbereidingsformulier)
    3. Voldoende materiaal
    4. Voorbespreking vóór de training (en wedstrijdnabespreking)

Warming-up

    1. Pupillen meteen met de bal: geen loopvormen !!!!
    2. Warming-up vóór de training (anderhalf uur voetbaltraining)
    3. Hardlopen en loopvormen
    4. Dynamisch rekken
    5. Loopscholing (bijv. met loopladder)
    6. Stabiliteitsvormen (FIFA 11+)
    7. Sprints
    8. Tikspel
    9. Technische vaardigheid als verlengde warming-up: 1 bal per 1 of 2 spelers

Voetbalprobleem – doelstelling

    1. Keuze voor één voetbalprobleem
    2. Het oplossen van dit probleem is de (hoofd)doelstelling van de training
    3. In deze doelstelling komt 1 van de 4 hoofdmomenten van het voetbal terug
    4. Trainingsvormen passen bij de doelstelling
    5. Coaching wordt aangepast aan de doelstelling (op 1 hoofdmoment coachen)
    6. Spelers snappen de relatie tussen de voetbalvorm en de doelstelling van de training

Wedstrijdecht

    1. Trainingsvormen zijn wedstrijdechte voetbalvormen (4-4, 8-8, 11-11, enz)
    2. In voetbalvormen kun je scoren en winnen
    3. In voetbalvormen zit een richting
    4. In voetbalvormen gelden wedstrijdechte regels (buitenspel hoeft niet altijd)
    5. Spelers herkennen posities – taken per positie van het eigen 4-3-3 systeem pnv/pna
    6. Spelers spelen vanuit hun eigen positie
    7. Spelers komen in overtal- en ondertal situaties terecht (2-1, 3-2, 4-3, 5-4, 8-7, 9-8, enz)
    8. Weerstanden worden opgevoerd van 0% – 50% – 100% (wedstrijdechte weerstand)
    9. Er is een goede mix van kleine en grote voetbalvormen (veel-weinig balcontacten)
    10. Afsluitend wordt een partijspel gespeeld; het geleerde kan in praktijk worden gebracht

Intensiteit

    1. Anderhalf uur voetbaltraining
    2. Arbeid-rust verhouding/periodisering
    3. Spelers hebben veel balcontacten
    4. Spelers kunnen vaak scoren (succesbeleving)
    5. Spelers staan weinig stil of in lange rijen te wachten
    6. Conditietraining = voetbaltraining

Organisatie

  1. Voor de training benoemen van voetbalprobleem (voorbespreking)
  2. Spelers worden gestimuleerd mee te denken over het oplossen van het probleem
  3. Organisatie van training zoveel mogelijk klaar zetten voor training (veldjes, goals)
  4. Weinig tijd verspillen door veranderen van organisatie tussen oefenvormen door
  5. Spelers van tevoren indelen in twee of drie teams (hesjes uitdelen voor training)
  6. Drie of vier oefenvormen kiezen (niet teveel oefenvormen)
  7. Er is samenhang tussen oefenvormen
  8. Oefenvormen zijn niet te moeilijk maar ook niet te makkelijk
  9. Methodische stappen zetten (oefenvorm makkelijker/moeilijker maken wanneer nodig)

9.2 bijlage 2: jeugdvoetballeerproces en kenmerken per leeftijdscategorie

9.2 bijlage 2: jeugdvoetballeerproces en kenmerken per leeftijdscategorie

9.3 bijlage 3: Coachen technische en inzichtelijke handelingen

COACHING TIJDENS TECHNISCHE HANDELINGEN

Oefeningen:

  1. Oefeningen zijn voetbal echt
  2. Oefeningen zijn gerelateerd aan de spelintenties en basistaken
  3. Rol van instructeur

 

Uitvoeren van de oefening:

  1. Veel herhalingen.
  2. Veel tempowisselingen. (van slow motion tot het hoogste tempo.)
  3. Veel verschillende omstandigheden. (organisatie, afstanden, balmaat/gewicht.)
  4. Aanleren beide kanten.
  5. Techniek uitvoeren op het juiste moment.(timing.)

 

Coaching:

  1. Coachen op details/veeleisend zijn/er bovenop zitten.
  2. Directe feedback geven
  3. Coach op wat goed, vermijd negatieve coaching.
  4. Vertrouwensrelatie; geef de speler tijd & ruimte om vragen te beantwoorden

 

COACHING TIJDENS INZICHTELIJKE HANDELINGEN

Oefening:

  1. Oefeningen zijn voetbalecht.
  2. Oefeningen zijn gerelateerd aan de spelintenties en basistaken.
  3. Voetbalvisie inslijpen; spelers moeten het spel begrijpen en weten waarom de spelintenties zijn zoals ze zijn.
  4. Rol van begeleider.

 

Uitvoering van de oefening:

  1. Daag spelers uit om eigen keuzes te maken
  2. Begeleidend coachen
  3. Oplossingsgericht laten werken.

 

Coaching

  1. Stel neutrale vragen.
  2. Snel feedback geven; zo snel mogelijk na de oefening of 1 op 1 tijdens de oefening
  3. Coach op wat goed gaat vermijd negatieve coaching.
  4. Vertrouwensrelatie; geef de speler tijd & ruimte om vragen te beantwoorden.

 

Neutrale vragen

  1. Wat is de bedoeling van jou keuze?
  2. Kan je uitleggen waarom je die keuze hebt gemaakt?
  3. Welke keuze had je kunnen maken?

 

9.4 bijlage 4: Trainingspercentage

Paar afspraken tot het komen tot een didactische aanpak:

  • F, E en JO13trainen voornamelijk techniek, C, B en A-junioren trainen voornamelijk speelwijze.
  • Wanneer je techniek traint, besteed je meer tijd aan de aanvallende techniek. Dit is namelijk moeilijker als verdedigende techniek. In het onderdeel speelwijze, besteed je evenveel tijd voor het aanvallen als voor het verdedigen.
  • In het onderdeel speelwijze, besteed je meer tijd voor partijspel als voor systeemoefeningen.
  • Wanneer we speelwijze aanvallen of verdedigen trainen, besteden we ook altijd aandacht aan het snel omschakelen.

Bijlage 5 wie levert wie …